gemeentewapen

Zele

Algemene informatie gemeente Zele - gemeentebestuur en -diensten
Home
Digitaal Loket
Evenementen
Gemeenteraad
Gemeentediensten
Economie
Historiek
Toerisme
Contactinfo
Van A tot Z

logo jeugdraad
Sportraad
www.handelsweb.be -  alle handelaars binnen handbereik
Politie
Website Brandweer
Brandweer
alle vacatures in Zele en linken naar VDAB
Info Intercommunale Durme-Moervaart, opvragen ophaalkalender, afvalwoordenboek....

Adviesraden
Allerlei berichten
De Lijn
Infokalender
Links Zeelse sites
Lokale Werkwinkel
Onderwijs
Openbaar onderzoek milieu-vergunnings-aanvragen
Openbare werken
Overheidsdiensten
Stratenplan
Vacatures
Wachtdiensten
Wijkcomités

Via Geo-Vlaanderen kunnen verschillende "kaarten" van Vlaanderen geconsulteerd worden, vb. gewestplannen, stratengids, bodemkaarten, intercommunales, waterkwaliteit, enz...


Logo SeniorenNet - alle info voor de senior.
Seniorennet.be
Historiek

Uit een artikelenreeks door prof. dr. Marc Van Uytfanghe. 

DE DUIZENDJARIGE LOTSVERBONDENHEID ZELE-WERDEN

Essen-Werden, voormalige abdijkerk en "Sint-Ludgerusbron"In het eerste artikel heb ik beknopt verantwoord waarom wij in 1999-2000 twaalfhonderd jaar Zele vieren. Zoals aangekondigd, moge ik in deze bijdrage wat nader ingaan op de historiek van de relatie Zele-Werden.

Over de tijd die volgde op de schenking zelf van Karel de Grote (waardoor Zele aan Ludgerus en nadien aan zijn klooster te Werden toekwam) hebben wij weinig informatie. Zo weten wij bv. niet met zekerheid wanneer een proosdij van Werden in Zele werd opgericht (alleszins vóór 1141, maar volgens een door de Dendermondse geschiedschrijver David Vander Linden [+ 1638] aangehaalde overlevering zou zij al dateren uit de regeerperiode van Karel de Grote). Zij bevond zich vermoedelijk in de omgeving van de Dries, en omvatte, naast de woning van de proost en zijn medebroeders, een hoeve met tiendschuren en stallen. De Zelenaars gaven haar de naam Ludthuysen (= Ludgerushuizen).

Wij weten evenmin wanneer de oudste kerk (of beter kerkje) werd gebouwd. Het feit dat Sint-Michiel de eerste patroonheilige was van Zele (vandaar onze kermis begin oktober, rond zijn feestdag), laat wel een monastieke oorsprong van de parochie vermoeden, want vele kloosterkerken uit de vroege middeleeuwen zijn aan de aartsengel toegewijd. Als Zele niet al een kerkje had vóór de schenking aan Ludgerus (toen het grondgebied nog deelbezit was van het klooster van Lotusa [Leuze]), dan hebben de monniken van Werden hoogstwaarschijnlijk daarvoor gezorgd. In de loop van de 11e of de 12e eeuw hebben zij in elk geval vanuit~ Zele een "dochterkapel" gesticht in Grembergen (dat daarom tot de fusie met Dendermonde onder het decanaat Zele heeft geressorteerd).

In 1183 schonk de bisschop van Doornik (tot wiens diocees Zele toen behoorde, want het bisdom Gent werd pas in 1559 gecreëerd) de kerkelijke rechten op Zele aan de machtige Sint-Baafsabdij van Gent, maar na fel protest van de abt van Werden en 11 jaar juridisch steekspel (met tussenkomst van de aartsbisschop van Reims) kreeg de Westfaalse abdij in 1194 haar rechten op Zele terug (en liet ze later meermaals bevestigen door de paus). De abt mocht dus verder bij de bisschop kandidaten voordragen voor kerkelijke ambten, de altaargiften ontvangen en de tienden heffen (cf. het in de vorige bijdrage vermelde tiendregister uit de 11/12e eeuw), oorspronkelijk in natura, nadien meer en meer via "voorpachters". Dit zogenaamde Flanderngeld (de tienden dus van Zele en Grembergen, en meer bepaald de graan-, vlees- en vlastienden) heeft eeuwenlang een vaste en gewichtige post gevormd in de rekeningen van de abdij van Werden, al beschikte de abt tot in de 15e eeuw ook nog over andere inkomsten uit Zele (met name uit onroerend goed). Om die beter te innen, werd de financiële autonomie van de proost van Zele drastisch ingeperkt, zoals blijkt uit een brief van abt Albert von Goer uit 1255. Een van de laatste proosten in Zele, Johann von Limburg, werd later door zijn abt Konrad von Gleichen van moord beschuldigd, maar niet veroordeeld door het concilie van Bazel dat zijn zaak behandelde in 1440.

In 1452, toen onze gemeente betrokken geraakte in de strijd tussen de graaf van Vlaanderen en de oproerige Gentenaren, werd de Werdense proosdij in Zele in brand gestoken. De proost en de monniken (hun aantal kan slechts zeer gering geweest zijn) trokken toen noodgedwongen naar Werden en zijn niet meer naar Zele teruggekeerd. De abt bleef evenwel "pastoor primitief" én voornaamste tiendheffer in Zele, nu dus door de bemiddeling van tiendpachters (over wier hebzucht de Zelenaren een klacht stuurden naar Werden), en na 1604 via het gemeentelijk magistraat van Zele. De abt stond dus voor een bepaalde termijn en voor een vast bedrag de inning van de tiendbelasting af aan het wereldlijk gezag, dat de prelaat daarom jaarlijks bedacht met een mooi geschenk.

De abdij van Werden liet overigens niet tornen aan haar rechten in Zele. Zulks blijkt o.m. uit het proces dat abt Ferdinand von Erwitte in 1682 inspande na een ruil van pastoorsfuncties, die buiten zijn weten was gebeurd. Hij haalde gelijk, eerst voor de Raad van Vlaanderen in 1684, vervolgens (in beroep) voor de Grote Raad van Mechelen in 1688. Aan dit laatste geding heeft het kerkarchief van Zele zijn kostbaarste document overgehouden, nl. de 109 bladzijden tellende Ghelibelleerde Sententie, die volledig handelt over de betrekkingen met Werden.

De Duitse abdij heeft aan onze voorouders ongetwijfeld veel "verdiend" (wijlen Frans Michem sprak van Zele als "wingewest" van Werden...), maar investeerde bijwijlen ook in hun parochie. Zo heeft de reeds genoemde abt Ferdinand financieel bijgedragen tot de bouw van de huidige Sint-Ludgeruskerk (1699-1701), die al minstens de derde of vierde parochiekerk is. Ludgerus was sinds de late 16e eeuw officieel patroonheilige van Zele (voordien was hem in de toenmalige kerken een zijaltaar toegewijd). Hij werd bij ons ook intens vereerd, vooral nadat abt Theodor Thier in 1721 een kostbare relikwie van de heilige aan Zele had geschonken. Zij werd met grote feestelijkheden verwelkomd, in aanwezigheid van de bisschop van Gent en van een afvaardiging uit Werden.

De laatste officiële act van de abt van Werden in Zele was de benoeming van koster Benedictus Nelis in 1796. De Franse Revolutie was toen al voorbij, en een nieuwe tijd brak aan. In 1803 werd de abdij van Werden opgeheven ("geseculariseerd"), en zo kwam dus een einde aan de duizendjarige lotsverbondenheid van Zele met zijn bakermat, het befaamde Ludgerusklooster in Rijnland-Westfalen.

Daarop volgden 180 jaar van wederzijdse ignorantie, tot in 1983 de contacten Zele-Werden op parochiaal niveau werden heraangeknoopt (de voormalige abdijkerk van Werden fungeert nu inderdaad als parochiekerk), met diverse bezoeken en tegenbezoeken tot gevolg. Recent heeft men ook gepoogd om tot een burgerlijke verbroedering te komen, maar dat stelt problemen omdat Werden geen zelfstandige entiteit meer is (het is sinds 1929 een deelgemeente van de grootstad Essen). Hoe dan ook, op 16 mei 1999 heeft een Zeelse delegatie de officiële viering van 1200 jaar Werden bijgewoond. Tegenbezoeken vanuit Werden in het kader van 1200 jaar Zele zijn vanzelfsprekend ook gepland.