Belasting op de verkooppunten van friet en gelijkaardige consumptiegoederen, opgesteld op het privaat domein
Art. 1.
Voor een termijn van zes jaar, aanvang nemend op 1 januari 2008 en eindigend op 31 december 2013 wordt een belasting geheven op de verkooppunten van friet en gelijkaardige consumptiegoederen opgesteld op het privaat domein of ondergebracht in een gebouw.
Art. 2. De belasting is verschuldigd door de uitbater van het verkooppunt en de belasting bedraagt:
0,75 eur per vierkante meter met een minimum van 5,00 euro per dag. Elke begonnen m2 wordt als een volledige beschouwd.
25 euro per maand, ongeacht het aantal m2;
75 euro per kwartaal, ongeacht het aantal m2;
300 eur per jaar, ongeacht het aantal m2.
De verkooppunten waarvan het bewijs wordt geleverd dat ze onderworpen zijn aan de onroerende voorheffing genieten een vermindering van 25 %.
Art. 3.
De belasting is contant te betalen en is eisbaar van zodra de plaats op het privaat domein is ingenomen. Bij gebreke van betaling wordt de belasting ambtshalve ingekohierd en is ze onmiddellijk eisbaar.
Art. 4.
De belastingplichtige kan een bezwaar tegen deze belasting indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente. Het bezwaar moet worden gemotiveerd en op straffe van nietigheid schriftelijk worden ingediend. Het moet, op straffe van verval, worden ingediend binnen een termijn van zes maanden vanaf de datum van de inning van de belasting.
Art. 5.
Verwijl en moratoriumintresten zijn op deze belasting toepasselijk zoals inzake Rijksbelastingen op inkomsten.
Art. 6.
Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.